‘Hee, je bent van plek veranderd’, zeg ik tegen de jongen, die onderuitgezakt met zijn slaapzak onder zijn knieën,
met zijn rug tegen een pilaar aan zit. ‘Ik zag je net nog in het park’ zeg ik.
De jongen knikt. Ja, klopt, zegt hij.
Woon je buiten, vraag ik direct verder, terwijl ik het antwoord al weet.
Ja zegt hij.
Ik vraag wat door en merk dat in ons contact een enorme kwetsbaarheid voelbaar wordt.
Een kwetsbaarheid die wellicht meer in mij te voelen is, dan in hem .
Iets wat in me geopend en aangeraakt wordt, wat zich zo klein en ongezien voelt.
En wat ik nu bestaansrecht geef, door deze jongen in zijn volledigheid te zien.

Wat ik zie is een jongen die direct in gesprek is.
Die direct verbindt. Open is. En ook open en in het zichtbare, zoekend is naar zijn eigen plek.

En wat me het meeste raakt is misschien wel het kwetsbare waar hij me mee in contact brengt.
Hij voelt niet verloren, enkel op zoek naar iets in zichzelf waar deze omstandigheden
hem in kunnen spiegelen.

Zijn verhaal ken ik niet.
Maar ik merk dat dat er ook niet toe doet.
En toch zijn er tranen bij mij.
Tranen als ik met Sam in het bakje in de auto stap.
Tranen als ik toelaat wat er in mij geopend wordt.
Wat hij aanraakt.
Een plek hebben in deze wereld. Jouw eigen plek innemen.
Hij weerspiegelt dat stuk in mij, waarin ik soms nog zoekende kan zijn.

Mijn prachtige jeugd mocht ik landen in een warm liefdevol nest, waar de deur altijd open zal blijven.
Daar waar ik altijd mijn plek zal hebben.
Voor mij is mijn eigen plek vaak mijn eigen ruimte geweest. Daar waar ik woon, leef of werk waar ik me kan
omringen met die energie waarin ik me het lekkerste voel. Waar mijn energie kan stromen en daarin
mijn omgeving mij voedt in mezelf veilig voelen. Groter groeiende merkte ik dat een eigen plek hebben veel dieper gaat, dan enkel een fijne plek hebben waar je naar toe kunt keren. Omdat het die plek in jezelf is, die verbonden is het met het grotere geheel, waar ik me pas echt thuis kan voelen. En die is overal. Waar je ook staat of gaat.

Zou je een eigen plek willen hebben? vraag ik nog.
Ja, ik zou heel graag mijn plek willen vinden, zegt hij.
Dan wens ik je dat. Dat je jouw plek snel zal vinden, sluit ik af.
En rustig maar ook aangedaan loop ik door.

In de auto naar huis vraag ik mezelf af of ik dat heb kunnen doen, wat de energie me vroeg te doen.
En ik voel dat dat antwoord alleen aan mij is.
Ik ben aangeraakt. In het besef dat ik mezelf, maar ook mijn eigen plek in de wereld soms als zo kwetsbaar
kan voelen. De zoektocht naar mijn plek in het grotere geheel. In de wereld.
De plek waar ik me fijn, veilig, geborgen en liefdevol voel.
Dat mijn eigen lijf, het thuis voelen in mijn aardse lichaam, soms zo ontzettend kwetsbaar is.
En dat ik deze jongeman, zo onwijs gun, dat waar hij ook gaat, ongeacht of hij wel of geen fysieke plek kent waar hij zijn plek van kan maken, dat hij zijn eigen veilige plek in zijn lichaam kent.
Die plek daar waar je je altijd kunt verbinden met Thuis.

Het maakt me ook voelen, dat wat hij aanraakt in mij,
een herinnering laat ontwaken die meer eerder de stap durfde te doen zetten
om mijn praktijk Fladder je mee, de voorganger van Leeft, op te richten.
Precies me daarmee aanreikend wat ik de afgelopen maanden me zo hard
probeerde te herinneren in het voelen wat dat is wat ik echt mag leven.

Het is de toenmalige tagline van Fladder je mee, die me dat ten diepste weer doet beseffen
wat ik iedere ziel in of buiten een mensenlichaam zo onwijs gun;

‘Dichterbij je eigen plek, waar jij je veilig, krachtig en liefdevol voelt.’

Het begeleiden van jou naar die innerlijke plek in jezelf waar je je voluit veilig,
kracht en liefdevol voelt.

Dus dankjewel lief universum.
Dankjewel jonge wijze man.
Dat onze paden elkaar mochten kruisen.
Je beseft je vast niet hoe groots jouw eigen zoektocht,
een antwoord op de mijne mocht zijn.

Een diepe namasté naar jou.
Ik gun je die ervaring die maakt dat wat je zoekt,
jou dichterbij jouw eigen plek brengt waar jij je
voluit gekoesterd, geliefd en gezien voelt.